Donker werd de dag

witchesHoewel Sarah erg blij was met de gedaantewisselingen van de directieleden in een poedel, eendje en nijlpaard (zie blog Koekjes) ging het leven en het werk toch gewoon door. De directiebaan was toch niet wat ze ervan verwacht had en al snel besloot ze weer terug te keren naar haar oude functie van koekjesuitdeler. Ze sloot vriendschap met een andere koekjesuitdeler en ondanks dat ze hard werkten was er gelukkig ook tijd voor de nodige grapjes.

Echter op een dag werd het donker in het gebouw. Wanneer Sarah naar de lampen keek, brandden deze nog op dezelfde manier, maar toch leek er iets veranderd. “Kan ik jou even spreken in de kelder Sarah?”, vroeg haar collega Jannie. Gedwee liep Sarah achter haar aan, de treden tellend, naar beneden. “Die opmerking onlangs over mijn kanarie die roze zou zijn vond ik niet zo leuk”, stak Jannie van wal. “Je hebt me daarmee echt gekwetst.” Sarah had meteen in de gaten welke opmerking het betrof, maar ze had nooit door gehad dat die opmerking zo hard was aangekomen bij haar collega. “Jeetje Jannie, als ik had geweten dat die opmerking verkeerd zou vallen, dan had ik deze niet gemaakt. Mijn excuses voor m’n opmerking. Ik zal hier voortaan echt beter op letten.” Huilend vielen de twee vrouwen elkaar in de armen, waarna ze samen dansend de trap weer op huppelden om de dag weer vrolijk door te werken. Het leek op weer lichter te worden op de werkvloer, maar dat was maar voor korte duur.

Een week of twee later kwam Sarah weer binnen op haar werk en was het wederom wat duister. Vreemd, je kon zien dat de lampen op vol vermogen stonden en toch hing er op sommige werkplekken een donkere schaduw. Als je niet zou weten wie daar werkte, kon je het ook niet zien alsof duistere geesten hun plekken in hadden genomen. Sarah werkte echter stug door totdat ze geroepen werd bij de directeur. Met een snelle gang liep ze erheen. Tot haar verbazing had hij het hoogpolige roze tapijt, dat zij destijds had uitgezocht nog steeds liggen en onder het bureau staken zijn voeten in witte konijnenpantoffels. “Sarah, we moeten eens praten”, zei de directeur.

“Ik ben dol op grappen, maar die van jou zijn te hard. Eerst dat gedoe met die roze kanarie en ook gaan er verhalen rond dat je satan aanbidt en dat je dat maar al te komisch vindt. Houd je even rustig de komende tijd, wil je?” Sarah gaf haar aandeel over de roze kanarie ruiterlijk toe, maar zei ook eerlijk dat zij niet degene was die satan verheerlijkte. “Wat bijzonder”, dacht Sarah toen ze terug liep, “dat mensen mij hier zo speciaal vinden, dat ze mij de hele dag in de gaten houden en al m’n gesprekken volgen. Ik voel me zo vereerd.”

Toen Sarah terug was op de afdeling waren de plekken van specifieke collega’s pikzwart en die van haar scheen vol licht. Dit was de gelukkigste dag van haar leven. Wat bofte ze toch met deze mensen om haar heen. Wat lief dat ze de moeite namen om al die dingen achter haar rug om te zeggen. Wat heerlijk dat ze niets recht in haar gezicht zeiden, maar echt de moeite namen om naar de directeur te stappen en daar hun zegje te doen. Vanaf die dag wist Sarah dat haar collega’s niet alleen collega’s waren, maar ook echte vrienden.

Fabels en andere verhalen

20130406-195149.jpg “Meneeeeer! Weet u dat onze frietjes gemaakt worden van echte aardappelen?” Dit hoorde ik in een reclame komen afgelopen week. Nou kan het aan mij liggen, maar ik ging daar toch al enigszins vanuit. Als ze het echt interessant voor me willen maken, zou het pas echt leuk zijn als ze zouden melden dat het gemaakt was van roze vliegende eenhoorns. “Meneeeeer! Onze frietjes zijn gemaakt van vliegende eenhoorns, wel goed vasthouden hoor!” Kijk, dan trek je pas klanten.

En wat is dat gezeur over global warming. Ik loop als sinds oktober met een wintermuts op m’n hoofd en wanten aan. Zouden we ons niet beter druk kunnen maken om global cooling. Ik denk dat het misschien beter is om voor een hogere uitstoot van koolstofdioxide of CO2 te gaan zorgen, willen we nog een beetje een warme lente krijgen. Dus de fik in de bossen, weg met dat regenwoud en ruk de fossiele brandstoffen uit de grond, want ik wil m’n nieuwe t-shirtje kunnen dragen.

Dan lees ik nog even op Facebook dat het niet handig is om jezelf met ether in je ogen te laten sprayen bij de Aldi…zogenaamd een “waargebeurd verhaal” wat uit 1999 stamt, toen een keer is gebeurd ergens in Kansas Amerika, maar ene Mootje Casanova hier denkt, wat krijg ik toch weinig “vind-ik-leuks”. Laat ik weer eens een broodje aap verspreiden, zodat ik ooit ook populair wordt, want alleen met m’n kleuterschoolopleiding ga ik het ook niet redden. Waarna we overstappen op Richard die op dit medium verspreidt dat het een uitermate goed idee is om bij een hartaanval flink te gaan hoesten, want dat helpt. Heel de wereld deelt het bericht, maar niemand die denkt: “Goh, misschien moet ik even checken of dit verhaal wel klopt, voordat er doden vallen.

Dus als de zogenaamde waargebeurde verhalen nep zijn, is de kans misschien groot dat de fabels echt zijn. De Paashaas ook blij, want die zat al te schelden dat hij die klote-eieren moest zoeken in de tuin, voordat hij ze kon verstoppen. De tandenfee die alleen geld onder het kussen vond en onverrichter zaken weer naar elfenland kon. De Sint en Kerstman die de gemiddelde Nederlander wel met een stoel in het gezicht kon meppen, omdat Intertoys in november al uitverkocht was. De fabel die werkelijkheid wordt zou werk creëren voor deze figuren en zelf zou ik het een stuk rustiger krijgen in deze periodes, wat me op zich ook weer goed uitkomt.

Boycot op Rokjesdag

Het is één dag boven de tien graden en het gezeur begint alweer. “Is het al rokjesdag?” Rokjesdag kan wat mij betreft doodvallen, want met alleen een rokje aantrekken, ben je er nog niet.

Uiteraard wordt er van je verwacht dat je je benen hebt geschoren. Een berenvel is namelijk niet chic. Onder dat rokje hoort uiteraard een string of zoals de mening van menig man begrijp ik, nog liever niets. Ander ondergoed is uiteraard ook not-done. Kies in dat geval alsjeblieft voor de string, aangezien een natte plek in je rok er tevens niet heel appetijtelijk uit ziet.

vrouwAls je dan denkt, ik heb het onder controle, dan ben je er nog niet. Rokjesdag is uiteraard wel discriminerend toen een twitterende buschauffeur liet weten dat hij uitkeek naar rokjesdag, maar niet gecharmeerd was van de wat zwaardere vrouw in een rok die zijn bus binnen kwam. Nee, dat was ook weer niet de bedoeling. Kortom, je moet ook voor rokjesdag wel in een maatje 34, maximaal 36 passen anders zijn de heren nog niet tevreden. Vergeet niet dat je er geen platte schoenen onder mag dragen, maar dat er minstens een pump van 12 cm. onder moet zitten. En denk je dat iemand op witte benen zit te wachten? Nee dames, dus rent u eerst even naar de zonnebank voordat u de beentjes vertoont. Alles om de mannen te plezieren, toch?

Zo, en dan is het dus zover. Rokjesdag is aangebroken. Tezamen stappen we ‘s ochtends de deur uit, zodat het mannelijke geslacht zich de hele dag aan ons kan vergapen. Voel je niet verlegen bij het stiekeme gelach, de hitsige blikken en de intimiderende opmerkingen. Daar doen we het toch voor? Alles om hen een fijn gevoel te geven. Ja, ze kletsen over je. Ze kijken naar je benen, en waar ze aan denken laten we maar even in het midden. Je krijgt er zoveel voor terug.

Ho, wacht even. Wat krijg ik er precies voor terug? Het enige wat ik normaliter zie, is de onverzorgde man, die er net zo bij loopt als ieder andere dag. Geen sixpack, geen ontblote borst, niets. Ik zie de bouwvakkers op de hoek er niet anders uit zien dan op andere dagen. De slager draagt nog steeds zijn witte schort en de heren op straat dragen nog steeds hetzelfde saaie pak als gisteren en eergisteren. Waarom zou ik moeite moeten doen voor de bewondering van een ander (die ik hoogstwaarschijnlijk niet eens mag), als ik er daar niets voor terug krijg? Ik houd niet eens van rokjes.

Dus ik boycot rokjesdag. Ja, ik heb maat 36. Ja ik heb mijn benen geschoren. Ja, ze zijn bruin. Ja, ik draag een string en ja, ik heb een rokje. En jullie, heren, krijgen daar helemaal niets van te zien. Niet zolang jullie op rokjesdag er niet allemaal zo bij lopen als deze man. man

Kun jij de waarheid aan?

“Smwablog stzagirtus Kayleeeeigh speluhn.” Verward kijk ik de vrouw uit mijn buurt aan, terwijl ik wanhopig naar frisse lucht hap vanwege de alcoholdamp die uit haar mond komt. Het is me niet geheel duidelijk wat ze van me verlangt. Wat me wel duidelijk is dat ze weer eens te diep in het glaasje heeft gekeken. Ze doet nog een stap dichterbij waarbij haar neus gevaarlijk dicht bij mijn gezicht komt en priemt een vinger tegen mijn schouder en herhaalt: “Ik zeeeei, kan Kayleigh vanmiddaaaag bij onsss spelen?”

Jammer, ik wist dat dit er een keer van zou komen, maar had dit liever nog wat langer uitgesteld. Ik doe niet aan smoesjes. Ik ben misschien niet altijd even tactvol, soms zelf wat lomp en een te grote mond, maar ik houd het wel graag eerlijk, zodat mensen weten waar ze aan toe zijn.

“Je dochter is van harte welkom om vanmiddag bij ons te komen spelen, maar ze mag van mij niet bij jou komen spelen. Je geeft me de indruk dat je dagelijks teveel en te vaak drinkt. Vervolgens laat je jouw kind gerust een uur lang zonder toezicht buiten spelen en je vindt het geen probleem om in de auto te stappen als je hebt gedronken. Nu vraag je mij, wanneer ik dit allemaal weet, om de verantwoording over mijn kind aan jou te geven. Daar voel ik me niet prettig bij, dus trek ik de grens dat jouw dochter bij ons mag spelen, maar niet andersom.”

Dat werd me dus niet in dank afgenomen en er werd dan ook niet gespeeld. Sneu voor beide kinderen, maar ik weiger smoesjes te gaan verzinnen over dit soort zaken, want dat staat ze volgende week weer met die vraag voor mijn deur en moet ik weer iets anders verzinnen. Veel te vermoeiend.

“Zeg Esther, heb je zin om met me mee te gaan naar de echo van mijn ongeboren kindje volgende week dinsdag?” Verbouwereerd kijk ik de vrouw naast mij aan. Ik heb haar vier keer gezien en meer dan een kletspraatje was er niet bij. Ja, het is heel makkelijk om te zeggen dat ik die dag niet kan, omdat ik dan net een wasje moet draaien, maar waarschijnlijk heeft ze nog 64 echo’s op de planning staan en mijn was is op een gegeven moment wel gedaan. “Nee, daar heb ik geen zin in. Ik vind het heel leuk voor je dat je zwanger bent. Ik vind een echo een intiem iets dat je deelt met je familie of je beste vriendinnen. Wij zijn geen familie noch vriendinnen, dus nee dat wil ik niet.” Goed, zij heeft me een week of twee genegeerd, maar is wel weer bij gedraaid.

Dan een buurtbewoonster die zich wilde promoveren tot mijn nieuwe beste vriendin. “Ja, ik heb natuurlijk helemaal niemand hier hè? Mijn familie woont ver weg. Ik moet nog nieuwe vrienden maken. Heb jij misschien geen zin om af en toe met mij te gaan hardlopen? We kunnen ook naar de bioscoop? De sauna? Het bos? Wat dacht je van een avond stappen? Of…of…of…” “Ho maar! Ik loop niet hard. Ik download films. Ik houd niet van wandelen. Stappen doe ik al niet meer sinds mijn 22e. Ik vind de sauna heerlijk, maar wil daar niet met jou naar toe. Ik ken je nauwelijks. Je bent van harte welkom om af en toe (dus niet elke dag) een kop koffie te komen drinken, maar ik voel de klik om beste vriendinnen te worden niet. Daarnaast heb ik voldoende vriendinnen en heb ik daar soms al niet genoeg tijd voor. Waarschijnlijk als je je inschrijft bij de sportschool, toneelvereniging of iets dergelijks vind je vast wel nieuwe vriendinnen.” “NOU ALS JE DENKT DAT IK GA SMEKEN OM VRIENDINNEN TE WORDEN, HEB JE HET MOOI MIS HOOR!!!”, schreeuwde ze. “Euh, ik geloof niet dat ik je gevraagd heb om te smeken. Ik gaf juist aan dat ik de klik niet voelde om vriendinnen te voelen…”, maar ze was de deur al uitgestampt.

Nee, mensen houden niet van achterbaks gedrag. Ze vinden het niet prettig als er achter hun rug om wordt gekletst. Mensen willen de waarheid. Totdat ze het krijgen en ook nog redelijk vriendelijk verpakt. Dan is het huis te klein. Misschien is het toch beter om de volgende keer maar weer te roepen: Nee sorry, die dag moet ik net mijn haar wassen.”

HandleTheTruth

Waarom duurt eerlijkheid niet het langst?

Onlangs las ik over een situatie wat me toch aan het denken zette. Firma De Zitzak, een bedrijf dat gespecialiseerd is in zitkussens doet zaken met bedrijf Le Pouf, gevestigd in Frankrijk, waarmee zij overeenkomen dat Le Pouf voortaan in Frankrijk hun zitzakken op de markt brengen en verkopen. Le Pouf gaat hiermee akkoord maar vraagt De Zitzak ook een goedkopere variant te maken die Le Pouf onder eigen concept zal verkopen. Zo gezegd zo gedaan. Echter blijkt na een korte periode al dat de eigenaresse van Le Pouf een verschrikkelijke draak blijkt te zijn met onmogelijke eisen, ze maakt de medewerkers van De Zitzak het leven zuur en is voornamelijk bezig met haar eigen concept op de markt brengen dan het artikel van De Zitzak.

Na een paar jaar is de baas van De Zitzak het zat en besluit de samenwerking met Le Pouf op te zeggen. Hij moet vanwege het contract wel even diep in de buidel tasten, maar is dan wel binnenkort van haar af. Na de afkoop is het contract nog geldig tot eind juni, dus tot die tijd kan Le Pouf blijven inkopen bij De Zitzak. Maar dan begint het gelazer. Le Pouf doet bestellingen, waarna het vriendelijke meisje van de afdeling verkoop de orders verwerkt en een leverdatum doorgeeft. Een paar dagen voor levering wordt zij bij de baas geroepen en wordt haar medegedeeld dat ze de order moet annuleren en maar aan Le Pouf moet doorgeven dat de zitzakmachine kapot is tot eind juni. Zij geeft dit zo door waarna de draak van Le Pouf haar belt en zegt dat het wel erg vreemd is dat de zitzakmachine kapot is en dat dat zo lang gaat duren. Uiteraard weet de draak dat zij liegt en het meisje weet dat de draak haar door heeft. Maar niemand die de waarheid spreekt.

Le Pouf probeert vervolgens door nepklanten te verzinnen nog het nodige aan materiaal te bestellen, maar ook dat krijgt hij niet want opeens blijkt De Zitzak daar ook geen voorraden meer van te hebben. Het is duidelijk dat Le Pouf aan het inslaan is en dat De Zitzak daar niet aan mee doet. Maar niemand die eerlijk zegt: “Ik ben aan het inkopen dat ik zelf verder kan.” Of: “Ik weet dat je aan het inkopen bent, maar van ons krijg je niets meer.”

Als De Zitzak’s vertegenwoordiger een rondje Frankrijk doet, komt hij er achter dat de artikelen van De Zitzak in enkele grote winkels niet meer verkocht wordt, maar dat zij alleen nog maar het concept van Le Pouf verkopen. Wanneer de draak hierop aangesproken wordt geef zij aan dat zij daar niets mee te maken had en dat de klanten dit geheel zelf hebben besloten. De Zitzak weet dat er tegen hem gelogen wordt, maar schudt haar vriendelijk de hand, waarna hij de laatste artikelen die zij nog geleverd zou krijgen annuleert.

Waarom spreekt men niet gewoon de waarheid. Is dat niet veel makkelijker?
Waarom zegt Le Pouf niet: “Ik ben boos, omdat je me aan de kant hebt gezet, mij mijn pensioen zo afneemt, dus vecht ik terug door in te kopen en mijn concept door te drukken in winkels en ie van jou te laten verwijderen.”
Waarom zegt De Zitzak niet: “Je hebt me jaren als stront behandeld, ik ga jou en jouw concept kapot maken en ik verkoop je niets, nakka, nada meer.”

Ja, ik kan hier zelf het antwoord wel op geven, maar toch lijkt me de waarheid meer bevrijdend dan de slangenkuil waar zij zich nu in begeven.

 

***Alle personen, bedrijven, namen inclusief gebeurtenissen zijn gebaseerd op fictie. Elke waarneming van herkenning berust op louter toeval.***

Ben ik nog op tijd?

te laat“Sorry, dat ik zo laat ben, maar het sneeuwde buiten, dus ik had vertraging in het verkeer.” Dat riep de vrouw met wie ik een afspraak had om negen uur en om half tien binnen kwam lopen.

“Heb je kinderen, die naar de opvang toe moesten?”, vroeg ik.
“Nee, ik heb geen kinderen.”, zei ze.
“Had je nog andere afspraken voor die van mij?”, vroeg ik.
“Nee.”, zei ze.
“Heb je je verslapen?”, vroeg ik.
“Nee.”, zei ze.
“Ben je op dezelfde tijd vertrokken als andere dagen?”, vroeg ik.
“Natuurlijk”, zei ze.
“Heb je gisteravond op het nieuws gezien dat het zou gaan sneeuwen vannacht en vandaag?”, vroeg ik.
“Ja, natuurlijk.”, antwoorde zij.
“Dus”, zei ik, je hebt geen kinderen, geen andere afspraken voor mij, je hebt je niet verslapen en je wist dat er sneeuw kwam? Maar je wist wel dat je een afspraak had met mij en dat je door de sneeuw vertraging zou kunnen oplopen. Toch was dit geen reden voor jou om eerder te vertrekken, zodat je wel op tijd voor onze afspraak zou zijn? Dat geeft mij als klant een niet betrouwbaar gevoel.”

En dan zie je haar al denken: “Wat een zeikerd is dat mens.” Ja, ik ben een zeikerd. Ik verwacht namelijk dat mensen op tijd komen. Dat is een kwestie van waarden en normen. Geloof me, zoveel heb ik er niet, maar ik ben wel altijd op tijd.

Een gehandicapte man komt steevast dagelijks overal te laat. “Tja, ik kan er niets aan doen. Met mijn elektrische rolstoel gaat het niet zo snel.” Knikkend van medelijden staan er mensen omheen. Ik kan het dan toch niet laten te vragen: “Hoe lang zit je al in een rolstoel?” Zuchtend van blijdschap dat er nog meer meelij komt antwoordt hij: “Al een lange tijd, zo’n 20 jaar.” Voordat hij me zijn hele levensverhaal kan vertellen, ik kan zien dat hij zit te popelen, vraag ik dan: “Dus je zit al 20 jaar in een rolstoel en je hebt nooit eens gedacht “Goh, ik kom altijd te laat vanwege de rolstoel, misschien moet ik eens eerder vertrekken?” En ja hoor, dan ben ik de trut, die geen begrip heeft voor een gehandicapte.

Dan mijn nieuwe tandarts. Wanneer ik een afspraak bij de receptioniste krijg ik de standaardriedel dat ik er wel op tijd moet zijn. Bij te laat of niet komen opdagen, zijn zij verplicht de afspraak toch door te belasten. “Goede zaak”, dacht ik nog bij mezelf. “Eindelijk mensen, die net zo denken als ik over op tijd komen.” Dus zit ik netjes tien minuten voor mijn afspraak in de wachtkamer. De tien minuten passeren, er volgen er nog tien en nog eens vijf minuten later, sta ik op en trek ik mijn jas weer aan. “Wat gaat u doen?”, vraagt de receptioniste. “Dat lijkt me logisch”, zeg ik, “U hebt mij verzocht om op tijd te komen. Ik ben op tijd en de tandarts is inmiddels 15 minuten te laat. U begrijpt vast dat mijn klanten ook graag hun snoep geleverd krijgen en ik hier dus niet langer op kan wachten. De tandarts is niet op komen dagen, waardoor ik nu dus niet ben geholpen en voor niets een uur te laat op mijn werk ben. Wilt u dan ook zo vriendelijk zijn de tandarts door te geven dat ik hem een factuur stuur voor dit uur?” Typisch dat de receptioniste me dan weet te vertellen dat dat anders is. Onzin, op tijd is op tijd. En als je niet op tijd bent, neem dan in ieder geval het fatsoen een ander te informeren. Zelfs daar neem ik al genoegen mee. Maar ja, dan ben ik weer het loeder dat zit te zeuren.

De meeste mensen die ik ken komen te laat zonder tegenbericht. Ik vind dat jammer, want op tijd komen of laten weten dat het later wordt is toch een teken van wederzijds respect en dat je iemand waardeert. Maar nu moet ik gaan…anders kom ik te laat.

Ik ben een klant, mag dat?

klant“Ja, ik weet het. Ik had precies hetzelfde vorige week toen ik geen schoon ondergoed meer kon vinden. Ik besloot dus maar wat uit de wasmand te halen. Het lag daar al drie dagen, dus de bacteriën zullen dan wel dood zijn, toch?” “Ach meid, dat merk je gauw genoeg. Beter dat, dan dat je niets aan hebt en blaasontsteking op loopt, toch?” Dit was het einde van een vijf minuten durend gesprek van twee medewerkers van de plaatselijke supermarkt.

Je vraagt je misschien af of ik stond af te luisteren, maar dat was niet het geval. Ik stond daar die vijf desbetreffende minuten te wachten tot één van de twee mij zou helpen aan een doosje batterijen. Ik was de enige aan de kassa, ze zagen me staan, maar besloten mij, de klant, te laten wachten (en te laten “meegenieten”) totdat zij uitgepraat waren. Ik was hierdoor behoorlijk geïrriteerd, dus kon er van mijn kant ook geen tot ziens af toen ik klaar was met afrekenen en liep gewoon de winkel uit. “Asociaal”, hoor ik de dame nog zeggen. “Klanten zouden meer manieren moeten hebben.”

Zelf heb ik jarenlang in een winkel gewerkt. Ik haalde dat soort dingen niet in mijn hoofd. De klant was koning. Even aan kijken, gedag zeggen, netjes helpen en een keurig “tot de volgende keer”. Toch zie je dat tegenwoordig nog maar weinig. De economische crisis waar men op het journaal over heeft, bestaat niet in mijn dorp. Tenminste, dat denk ik, als ik zie hoe menig klant wordt behandeld in diverse winkels. We worden niet aangekeken, we moeten wachten tot ze zijn uitgekletst over de Braziliaanse wax die de 65-jarige winkelbediende gisteren heeft ondergaan of de ander die eerst nog de foto’s van de castratie van zijn Chihuahua rond moet laten gaan onder zijn collega’s.

Ik hoef geen rode loper en gestrooide rozenblaadjes bij binnenkomst (mag natuurlijk wel), maar gewoon een beetje vriendelijkheid, desnoods interesse zou al leuk zijn. Nu ben ik vooral bang als ik mijn boodschappen doe, dat ik de winkelbediende stoor in zijn of haar gesprek. Want het is overduidelijk dat zij vinden dat ze niet zijn aangenomen om mij te helpen. Dus hobbel ik weer verder naar de volgende winkel waar men wel blij is om mij te zien en waar ik niet mee hoef te luisteren naar een gesprek over menstruerende cavia’s .